| Doen | Niet doen |
| 1. Neem tijd om het probleem te analyseren | Haastig een advies formuleren |
| 2. Verzamel informatie (blijf nieuwsgierig) | Snel denken het al te weten |
| 3. Analyseer vanuit het perspectief van een 20-jarige nu |
Analyseren vanuit eigen perspectief ('vroeger') |
| 4. Zie de drie samenhangende cognitieve, regulerende en affectieve processen | Alles verklaren vanuit één proces en/of negatieve interpretatie hiervan (bv. dom, lui, verbroken relatie) |
| 5. Probeer te begrijpen | Moralistisch oordelen |
| 6. Blijf kritisch | Alles accepteren en goedkeuren |
| 7. Werk samen met de student aan een oplossing | Autoritair voorschrijven van de enig juiste oplossing |
| 8. Kom tot concrete vaststellingen | Vage pseudo-verklaringen die niet tot een oplossing bijdragen |
| 9. Werk aan het opstellen van haalbare (sub)doelen | Onhaalbare en dus onrealistische doelen voorstellen |
| 10. Bespreek de uitvoering van het advies (haalbaarheid, aanpak van eventuele tegenslagen) | Advies uitvoerig aanbevelen en verdedigen |
| 11. Bespreek twijfel | Twijfel 'wegpraten' en oppeppen |
| 12. Maak eventueel een afspraak, of probeer op een andere manier te informeren hoe het ging | Zo moet je het doen, klaar uit |
|
Robert M. Topman, studentenpsycholoog, b.d., Universiteit Leiden
|