Adviesgesprekken
Adviesgesprekken    Gesprekstechniek
De effecten van opmerkingen van een studentenbegeleider in (groeps)gesprekken hangen samen met:

Verschil verbaal en nonverbaal aspect van gesprekken

Het effect van een reactie hangt uiteraard af van de inhoud, maar ook van het begeleidende nonverbale deel van de reactie als toon van de stem, gebaren, gelaatsuitdrukking, enz. Het effect van een inleiding bij een gesprek die wat betreft de inhoud stimulerend is, kan bijvoorbeeld verloren gaan door een saaie presentatie die het gevolg is van een monotone stem, afwezigheid van gebaren en een weinig enthousiaste gelaatsuitdrukking.

Interpretatie van de boodschap door de student

De interpretatie van de boodschap door de luisteraar speelt een grote rol. Immers een opmerking die stimulerend is bedoeld kan door de luisteraar als zeer dempend worden opgevat. Een voorbeeld van een dergelijk misverstand is de studiebegeleider die als stimulans tegen een student zegt 'Ik heb al veel goede dingen van je gezien. Deze opdracht zal je ook wel lukken'. De student interpreteerde dit als 'Deze studiebegeleider heeft hoge verwachtingen van mij. Ik moet iets zeer goeds inleveren en mag geen fouten maken'. Door deze onhaalbare doelstelling liep de student vast in de opdracht en durfde de studiebegeleider niet te raadplegen.

Indeling gesprekstechnieken naar effecten van reacties

Ondanks de samenhang met zowel het verbale- en niet-verbale deel van de boodschap als met de interpretatie van de luisteraar zijn reacties toch min of meer te typeren naar het effect.

  1. Stimulerende effecten.

    In een (groeps)gesprek zullen bepaalde opmerkingen de betrokkenheid van de gesprekspartner(s) verhogen en stimuleren tot deelname aan de gesprek.

    1.1 Uitnodigen door open vraag
    Opmerkingen waarbij mensen door een open vraag worden uitgenodigd wat te zeggen kunnen zeer stimulerend zijn. Voorbeelden zijn: 'Wil jij daar wat over zeggen?'. 'Hoe zie jij dat?'. 'Wat vind jij daarvan?'. Gesloten vragen ('Nog problemen deze week tegen gekomen?') lokken geen gesprek uit. Er hoeft eigenlijk alleen maar met ja of nee te worden geantwoord. Gesloten vragen en de geringe response daarop zullen door alle betrokkenen als teleurstellend worden ervaren.

    1.2 Begrip tonen
    Ook opmerkingen waar begrip uit blijkt zijn stimulerend. Een voorbeeld in een groepsgesprek is: 'Het is misschien moeilijk om te beginnen, maar - wijzend naar iemand en uitnodigend- wil jij beginnen?'. Een ander voorbeeld is: 'Dit begrijp ik van wat je zegt, maar zou je dit kunnen toelichten', of 'Zo zie je dat, nu begrijp ik het'.
    Begrip voor een individu of groep blijkt ook uit timing van opmerkingen. Verwacht in het begin van een (groeps)gesprek niet te veel, want het zal waarschijnlijk voor iedereen lastig zijn om te beginnen. Bereid de gesprek voor, zet deze in gang en help mensen over de drempel. Wacht met begrip af en stimuleer de gesprek. Bij begrip gaat het er vooral om dat een gesprekspartner(s) merken dat iemand zich inspant en probeert te begrijpen. Een gespreksleider die zich vergist, maar dit kan toegeven en de correctie verwerkt in verder reacties is een stimulerende gespreksleider.

    1.3 Samenvatten
    Samenvatten van een stukje van een gesprek is een effectieve manier om het gesprek aan de gang te houden. Probeer geen ingewikkelde interpretaties te bedenken, maar gebruik eenvoudige samenvattingen. Een voorbeeld in een groepsgesprek is: 'Als ik het goed begrijp dat vind jij ...., maar benadruk jij meer een andere kant, namelijk....'. Een samenvatting kan ook enige orde in het gesprek brengen. Een voorbeeld hiervan is: 'Het is alsof je zegt dat als je eerst maar meer gemotiveerd zou zijn je daarna harder zou gaan werken en dat dan je studieresultaten vanzelf verbeteren'. In deze samenvatting wordt een redenering van een student geexpliciteerd. Door hierna open vragen te stellen is deze onrealistische redenering verder te onderzoeken.

  2. Neutrale effecten

    Bepaalde opmerkingen zullen noodzakelijk zijn, maar niet een onmiddellijk stimulerend of dempend effect hebben. Vaak zal het gaan om informatie verstrekken, de gang van zaken uitleggen, enz. Wel is het zo dat in tegenstelling tot een college in een (groeps)gesprek niet al te veel informatie moet worden verstrekt. Als een gespreksleider te veel aan het woord is, dan valt een gesprek gemakkelijk stil. Men wacht maar eens af.

  3. Dempende effecten

    3.1 Positieve dempende effecten
    In een (groeps)gesprek zijn bepaalde opmerkingen met dempende effecten vaak zeer nodig en dus als positief te kwalificeren. Een oeverloze discussie afkappen met 'Ik vind dat daar genoeg over is gezegd, maar hoe zit het nu met ...?' kan zeer nodig zijn. Het in zekere mate sturen van de discussie is in verband met het gestelde doel en de beperkte tijd een belangrijke taak van een gespreksleider. Dat geldt ook voor dempen van niet ter zake doende of kwetsende opmerkingen. Ook personen die in een groepsgesprek te veel aan het woord zijn en anderen niet de kans geven ook wat te zeggen zullen wat afgeremd moeten worden. Een opmerking is dan bijvoorbeeld 'Je hebt veel punten genoemd, maar wat vinden de anderen hiervan?'.

    3.2 Negatief dempende effecten
    Sommige opmerkingen dempen de discussie op een negatieve manier. Een gesprekssleider die -vol goede bedoelingen- veel tijd van een gesprek in beslag neemt, heeft een zeer dempend effect op het vervolg van het gesprek. Mensen durven niet meer bijvoorbeeld op grond van de interpretatie 'Hij weet er zoveel van, ik kan maar beter m'n mond houden'. Uiteraard zullen ook openlijk afkeurende opmerkingen ('Nou, er komt niets uit deze groep') of negatieve suggesties ('Tja, als je zo studeert...') een gesprek zeer dempen.

    Soms zal een studentenbegeleider een negatieve boodschap hebben ( bijvoorbeeld: 'Een extra herkansing voor dit tentamen is niet mogelijk'). Wie wat ruimte geeft aan het uiten van teleurstelling helpt de student deze informatie te verwerken. Wie dit niet wil horen of wie al dan niet terecht stelt dat de noodzaak van een hertentamen de schuld van de student zelf is, dempt het gesprek.

    Wie studenten wil confronteren met de negatieve effecten van inadekwaat studiegedrag en tevens wil bereiken dat deze studenten hiermee iets doen, namelijk het studiegedrag verbeteren, zal een gesprek op gang moeten zien te krijgen. Te grote nadruk op het negatieve kan zeer dempend zijn. Probeer daarentegen studenten te helpen de feiten onder ogen te zien, de teleurstelling te verwerken en te zoeken naar oplossingen. Confrontatie is een moeilijke gesprekstechniek, die vaak niet constructief uitwerkt.

Robert M. Topman, studentenpsycholoog, b.d., Universiteit Leiden