|
Over hoe mensen tegen problemen aankijken en hoe problemen worden opgelost bestaan vele en uiteenlopende theorieën. Op deze pagina's wordt kort het fasenmodel van probleemoplossen besproken. Meer aandacht wordt gegeven aan de houding waarmee problemen worden aangapakt: de ‘problem solving attitude’
Fasen bij het oplossen van problemen
Om een (studie)probleem op te lossen is het nodig
- de feiten onder ogen te zien
- mogelijke oplossingen te overwegen
- de gekozen oplossing uit te voeren en vol te houden.
Het gaat dus om verschillende fasen waarin een probleem zo goed mogelijk wordt opgelost. Het komt vaak voor dat er meteen naar oplossingen wordt gezocht, terwijl de feiten nauwelijks bekend zijn. Dat is begrijpelijk want even de tijd nemen om de situatie te onderzoeken is meestal spannend. En door snel tot één of andere oplossing te besluiten, verminder je deze spanning.
Een andere fout die vaak wordt gemaakt is een onuitvoerbare oplossing te kiezen. Een berucht voorbeeld bij studenten is om na een periode met te weinig studeren, te besluiten om ineens zeer veel uren te gaan maken. Dat is hoogst waarschijnlijk onhaalbaar. Het aantal studieuren per week is wel op te bouwen, maar weinigen lukt het om de sprong van weinig naar zeer veel te maken. Met dit 'nieuwjaars voornemen' kan onzekerheid en vervelende spanning worden gereduceerd, maar meestal leidt het tot mislukken en nieuwe teleurstelling. Doordacht opbouwen is de beste oplossing.
Een probleem aanpakken in fasen is niet altijd even gemakkelijk en kan emotioneel belastend zijn. Door in fasen te denken kunnen kenmerkde fouten worden voorkomen. Maar het belangrijkste lijkt te zijn om een houding te vinden die, in alle fasen van ‘problem solving' helpt het probleem op te lossen.
De studieadviseur die de student wil helpen een ‘problem solving attitude’ te ontwikkelen zal echter tegen een aantal problemen aanlopen. Eerst zullen drie hindernissen bij het vnden van een ‘problem solving attitude’ worden besproken en daarna komen meer algemene punten aan de orde.
Overigens loopt een studieadviseur, die leert om studenten te helpen tegen vergelijkbare punten aan. Het probleem is te omschrijven met: hoe en wat een student te adviseren? Hierover nadenkend ontstaan andere vragen. Welke feiten komt die studieadviseur over zichzelf en studenten tegen, wat zijn de mogelijkheden en wat is het beste advies? Interessante, maar soms lastige vragen die vanuit een bepaalde houding zijn te onderzoeken.
Hindernissen bij het vinden van een ‘problem solving attitude’
- 'Approach-avoidance' conflict
Bij studenten die advies vragen zullen verschillende en soms tegengestelde motieven en wensen een rol spelen. Dit kan leiden tot een 'approach-avoidance' conflict. Er is uiteraard een motief dat te omschrijven is met 'er is een probleem en dat moet worden opgelost'. Dat leidt tot het maken van een afspraak. Maar een expliciete confrontatie met dit probleem is pijnlijk en dit vermijden is een algemeen menselijk verschijnsel. Een impasse is het gevolg hiervan.
Het spreken over een probleem maakt dit probleem en de bijbehorende gevoelens wel erg duidelijk. De wens om angst en schaamte te vermijden kan zeer sterk zijn. Angst is meestal wel concreet te maken en te specificeren. Je bent bijvoorbeeld bang voor blackout op een tentamen, of voor een negatief oordeel over een schriftelijk concept. Maar schaamte is algemener en lijkt de hele persoon te betreffen. Je hebt zeer negatief commentaar op jezelf en de ervaring daarvan in een gesprek kan zeer pijnlijk zijn. De korte-termijn wens om deze onaangename ervaring te verzachten kan sterker zijn dan de wens het probleem op te lossen. Er wordt wel gezegd dat angst stimuleert om iets in een gesprek in te brengen, maar dat schaamte er toe leidt om het er juist buiten te houden.
Suggesties
- Samenwerken in kleine stapjes die iemand aan kan.
- Accepteren van deze sterke krachten en er niet mee vechten.
- Pas met voor goed bedoelde geruststellingen ('Je kunt het best', 'Vorige keer ging het toch ook goed!', enz.), want kan worden opgevat als niet serieus genomen worden.
- Confrontatie leidt eerder tot sterkere angst en schaamte, dan dat het helpt.
- Onrealistisch optimisme
Ook 'onrealistisch optimisme' kan tot vermijden van het onderzoeken en oplossen van (studie)problemen leiden. Het lijkt er op dat 'onrealistisch optimisten' de ernst van de situatie niet tot zich door laten dringen. Met name studenten die veel uitstellen kunnen uitgesproken onrealistisch optimistisch zijn. Sommige studenten blijven, ondanks steeds ernstiger wordende studieproblemen, geloven dat het wel meevalt en dat binnenkort het probleem wordt opgelost. Het is een stijl van informatie verwerken die wel in verband is te brengen met de persoonlijkheidtrek 'lage zorgvuldigheid'van de Big-5.
Suggesties
- Confrontatie kan enigszins helpen, maar te heftige confrontatie kan juist leiden tot versterking van het 'onrealistisch optimisme' ('Het valt wel mee', 'Het komt wel goed', of zelfs 'Nou, u bent wel erg pessimistisch'). Zie voor dit laatste bijvoorbeeld het 'harde gesprek'.
- Laat het probleem bij de student: 'Hoe ga jij dat aanpakken?'
- Blijf laconiek: 'Als je volgende maand dat tentamen wil halen, dan zal je zo te zien ongeveer 60 uur per week moeten studeren. Lukt dat? Heb je dat al eerder gedaan?'. Vermijdt sarcasme!
- Geen 'geloof' het probleem te kunnen oplossen
Studenten voelen zich soms moedeloos en wanhopig. Het gaat niet goed en niets heeft geholpen. 'Zou dit gesprek iets opleveren?', 'Ik wil wel, maar kan ik het ook?'.
Mensen pakken een taak aan als ze het 'geloof' hebben dat ze hier toe in staat zijn. Dat geldt ook voor problemen en de mogelijke oplossingen hiervan. Eenvoudig gezegd, een oplossing wordt pas uitgevoerd als iemand oordeelt 'Hier heb ik wel wat aan en ik geloof wel dat ik dit aankan'. Meer informatie hierover bij studiestress.
Suggesties
- Helpen de gevoelens onder woorden de brengen.
- Geduld
- 'Belonen' van kleine stapjes in de goede richting
- Samenwerken, inspireren tot actie en niet te veel zelf doen
- Sommige studenten pakken problemen buiten het gebied van de studie zeer adequaat aan. Help bij het maken van een 'transfer' naar de studie.
Algemene punten
- Stimuleer leren van de eigen ervaringen in de 3 fasen van de ‘performance cycle’:
voorbereiding, ‘performance’, evaluatie na afloop: 'Hoe analyseer jij dat en wat is hier uit te leren?', 'Breng je tijdsbesteding eens in kaart met een tijdschrijfformulier'.
Dit is een belangrijk punt omdat, begrijpelijkerwijze, de aandacht sterk wordt gericht op de ‘performance’. Dat gaat niet zo goed en dus moet dat verbeterd worden. Maar een betere ‘performance’ is alleen te realiseren als de voorbereiding, op grond van een evaluatie na afloop, is te optimaliseren.
- Vergroot zelfwerkzaamheid (actie i.p.v. hulpeloosheid) en doe niet te veel (afwachten!): 'Hoe zie jij dat?', 'Wat ben je van plan?', 'Zoek dat eens op en laat me volgende keer weten wat je daar van vindt'.'.
Dit is een belangrijk punt omdat, studenten in hoge mate kunnen uitlokken dat de studieadviseur hard aan het werk gaat. Een werkverdeling van 50-50 is over het algemeen een goed uitgangspunt.
- Stimuleer raadplegen van schriftelijk- en webmateriaal voor zelftests en informatie: 'Onderzoek hoe je er voorstaat en vraag je af wat je beter zou kunnen doen?'.
Een belangrijk punt omdat hiermee de zelfwerkzaamheid wordt vergroot. Het is tenslotte de student die een bepaalde aanpak van het studieprobleem zal moeten uitvoeren. De studieadviseur kan hooguit ondersteunen.
- Aandacht voor de aanpak van de problemen en mogelijke oplossingen: 'Hoe heb je het tot nu toe aangepakt?', 'Heeft je dit geholpen en zie je andere oplossingen?'.
Mensen zijn vaak geneigd herhaald dezelfde oplossing te gebruiken ook als deze niet werkt. Een berucht voorbeeld bij studenten is teveel uren aan de voorbereiding van een tentamen te besteden. Als daarmee het tentamen toch niet wordt gehaald, dan hebben velen de gewoonte om nog meer studieuren te gaan maken. Terwijl een kritische analyse van de voorbereiding nodig is en dan blijkt bijvoorbeeld dat de manier van studeren niet zo goed is.
- Leer studenten observeren in plaats van zelfbeschuldiging en verpletterende negatieve oordelen. Help bij het onder woorden brengen van negativiteit en zoek daarna gezamenlijk naar oplossingen. Misschien is Awakening inspirerend, of de Mindfulness pagina's.
- Vertaal theoretische kennis zoveel mogelijk naar de praktijk. Gebruik de theorie en bedenk het niet allemaal zelf. Wees wel kritisch over theorieën, want er bestaan ook dwaze theorieëen. Blijf in de veilige 'mainstream' en wantrouw eigenaardige ideën, die suggereren dat alle problemen met vreemde procedures in korte tijd zijn op te lossen. De steen der wijzen is nog steeds niet gevonden, maar de steen der dwazen is geregeld te koop.
in steekwoorden:
ontstaan van problemen
achtergrondsinformatie
|